Home
Genealogie Burggraaf
Welkom

Welkom bij de verzameling genealogiën met de familienamen Burggraaf(f), Burghgraef, Burggraeve, (de)Burchgrave en de vele varianten. Ook wordt aandacht gegeven aan de Burggraafschappen vanaf de 11e eeuw. Verder zijn er (fragment) genealogiën van verschillende families. Deze zijn meestal gerelateerd aan de kwartieren van de familie Burggraaf-Rijke. De meest uitgebreide families zijn Baelde en Domburg.

 
Hans Daniels

Hans Daniels te Blokzijl

Hans Daniels is nauw betrokken in 1623 bij de ontwikkeling van Blokzijl. Zijn zoon Daniel Hans bouwt, volgens een nog aanwezige gevelsteen, in 1657 een woning aan de "Wijde Gang".

(met dank voor de foto's aan Riens Middelhof).

Van dezelfde Daniel rest ook een grafzerk "Ao 1672 den ... is in den Heere gerust Daniel Hansen Burghgraaf".

 
Burggraaf betekenis

Burggraaf(Lat.: praefectus, vicecomes, burggravius, castellanus; Fr.: châtelain, vicomte; Eng.: viscount), in de middeleeuwen een hoge militaire functionaris, min of meer te vergelijken met een garnizoenscommandant van hoge rang die, zetelend op een burcht of vesting namens een (opper)leenheer militair- administratief werkzaam was in het gebied van een leenman.
De functie was belangrijk in het graafschap Vlaanderen, waar vanaf de regering van Boudewijn V (1035-1067) de burggraaf de vertegenwoordiger van de graaf in de verscheidene kasselrijen was. Hij dankt zijn naam aan het feit dat hij het bevel voerde over de grafelijke burcht, die het militaire, administratieve en gerechtelijke centrum was van de kasselrij. Oorspronkelijk was hij een ambtenaar, maar spoedig werd hij als houder van een ambtsleen een rechtstreekse vazal van de graaf. Doordat het ambt in het bezit van machtige families kwam, werd het gezag van de graaf over zijn burggraven sterk uitgehold. Tegelijkertijd werden echter ook het gezag en de bevoegdheden van de burggraven sterk aangetast door de oprichting van stedelijke schepenbanken en door de verlening van keuren en privileges aan de opkomende steden.
Om zijn gezag zowel tegenover de burggraven als tegenover de steden te redden, besloot graaf Filips van de Elzas (1169-1191) de burggraven te laten flankeren door een nieuw type agent, nl. de baljuw, die door de graaf werd benoemd, bezoldigd en ontslagen werd en dus een echte ambtenaar was in de moderne zin van het woord. Vanaf het begin van de 13de eeuw waren de baljuwen de werkelijke dragers van het grafelijke gezag, zowel in de steden als de kasselrijen en verloor de functie van burggraaf elke betekenis. Zij verdween meestal of werd herleid tot louter een eretitel.

In de Noordelijke Nederlanden bestonden vroeger de burggraafschappen Zeeland, Leiden, Montfoort, Utrecht, Nijmegen, Stavoren en Coevorden.

De burggraaf werd in de middeleeuwen ook wel kastelein genoemd. In Limburg heeft ‘de Burggraaf’ vanaf de middeleeuwen de betekenis van een gracht rondom een verstrekte plaats zoals in Venraij.

 
Borggreve in regio Twente en het graafschap Bentheim

 

In Tilligte(nabij Ootmarsum) bestond reeds voor 1320 een hofstede Borchgrevinck. In 1320 is knaap Gerardus Borichgrevinc eigenaar van de hofstede. Zijn kinderen zijn Hadewig, Golda, Jutta, Jan, Willem en Gerard. De laatste was priester in 1369 en later “canonicus thesauri capitularis” in Oldenzaal waar hij in 1389 overleed. Zijn zegel (1359) toont een schuin verdeeld schild met een verhoogde hond.

Bisschop Johannes benoemt  zijn klerk Gerardus Borchgrevinc in 1369 tot vicaris van het altaar van S. Laurens in de kerk van het kapittel van Sint Pieter te Utrecht, daar de collatie wegens de langdurige vacature volgens de bepalingen van het Lateraansche concile aan hem is vervallen. Met een akte van dezelfde dag, waarbij de bisschop het kapittel gelast de benoemde als zodanig te ontvangen.

De hofstede Borchgrevinck  wordt in 1332 verkocht aan de Ridderlijke Duitse Orde (gesticht in 1190 ten tijde van de kruistochten  bij het beleg van Akko) en daarna, tot 1811, steeds verpacht. Vele bewoners noemen zich vervolgens Borggrevink, Borggreve of Olde Borggreve.  Hier begint een stamreeks met Jan (geb circa 1640). Een hier niet te plaatsen parenteel begint met Albert Borggreve geb 1749 te Hezingen (nabij Ootmarsum). In Amsterdam wordt vanaf 1669 de naam Borggreve & Borggrevink afkomstig van Ootmarsum aangetroffen. Zie het fragment Jan Borggrevink (circa 1635) nageslacht van dochters Swaentie, Femmetje, Geesie, Hermpie en Hendrickje. RK-dopen te Amsterdam.

Terug naar de 14e eeuw.  In het schoutambt Vollenhove blijkt uit het leenregister dat in 1379 Dirijc die Borchgreve (ovl 1393) gehuwd is met Aleyt van Oestenwolde (ovl 1420). Kinderen zijn Deric (ovl 1423) en  Johan/Jan (ovl 1449).

Jacobus Borchgreving is in 1453 deken van de St. Plechelmusbasiliek in Oldenzaal. Zijn zegel toont een vertikaal gedeeld schild met een rennende hond.  Peter Borchgreving te Velthausen heeft in 1458 een zegel met een rechtopstaande hond. In 1473 is Gerhardus Borchgreving pastoor in Emlichheim.

Volgens Bloys van Treslong Prins in “Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de Kerken der Provincie Utrecht (1911)” is in de Janskerk te Utrecht in het hok waar de brandstoffen worden bewaard een grafsteen (nr 30)  van Fran.  Rodius (ovl 9-9-1591), zijn echtgenote Maria Borchgrevinck (ovl 5-6-1598) en zijn schoonouders  Melchior Jacobi Borchgrevink (ovl 15-6-1581) en Maria Joannis (12-12-1583).  Onderaan twee wapens:  drie bomen (2 en 1) en een gaande wolf.

In deze tijd wordt Bonaventura Borchgrevinck op 1 januari 1587 tot kapelmeester benoemd aan het hof te Kopenhagen en zijn zoon Melchior vermeld als instrumentist. Melchior studeerde in Venetië in de periode 1599-1602 en wordt op zijn beurt kapelmeester op 30 januari 1618. (Navorscher 1870). Hij overleed op 20 december 1632 en was een bekend componist. Zie wikipedia. Hij is de stamvader van het  Deens-Noors geslacht Borchgrevinck waar  Egeberg Borchgreving (1864-1934) poolonderzoeker deel van uit maakt.  Zie de website van deze familie.

In Emlichheim wordt in 1602 bij een leenoverschrijving van het “ goet tot Kerchofftererve” Henrick Borckgreve vermeld, echtgenoot van Beerte Krul(s).

De overeenkomsten in diverse zegels en wapenschilden geven aan dat er in de 14e t/m 16e eeuw een invloedrijke familie Borchgrevinck  woonachtig is en afkomstig uit Twente. Daarna lijkt zij daar vrijwel verdwenen te zijn.

Bij het samenstellen van de diverse parentelen is dankbaar gebruikt gemaakt van doop- en trouwboek transcripties  van Ootmarsum en de kwartierstaten  van Frank Steggink, verzamelde gegevens van Simon Burggraaf en de gepubliceerde kwartierstaat van dhr  K.A. Reuvers.

 

 

 
Portrettengalerij

Filippus (1838-1916)Rachel Catharina (1855-1937)Jan Burggraaf (1873-1944) in 1898

Filippus (1838-1916) - Rachel Catharina (1855-1937) - Jan Phz (1873-1944)

Arie Pzn (1879-1945)

Arie Phz (1879-1945)